Dag 18. Het Goede Doel

Goede doelen steunen. Onlangs stond er fier in de krant: “Vlamingen zijn solidair. Ruim de helft van de Vlamingen schenkt 50 euro per jaar aan een goed doel.” Klinkt mooi. Toen dacht ik: amai, da’s kei weinig. Dat betekent dat bijna de helft van de Vlamingen nooit ook maar een cent aan een goed doel schenkt! Kun je je dat voorstellen? Ik vraag me af welke helft dat is. En laten we eerlijk zijn, van de mensen die wel geven: 50 euro per jaar, dat is nog geen 5 euro per maand. Ok, er zullen vast ook mensen zijn die (veel) meer geven. Maar ik herinner mij een benefietdiner voor zakenvrouwen ten bate van een goed doel dat mijn vader vorig jaar organiseerde. Men kon een vrije donatie doen. Heel wat dames doneerden exact, wat was het, €40,- ofzo, het minimaal van de belasting-aftrekbare bedrag. Seriously. Ik moet aan het laatste bezoekje aan mijn oma in Nederland denken, die een lijst van een stuk of 20 goede doelen heeft die allemaal iets krijgen, hoewel ze haar hele leven huisvrouw is geweest en dus ongetwijfeld in een heel andere inkomensschaal valt.

Er zijn natuurlijk de typische bezwaren: weet je wel dat je geld goed terecht komt? Wordt het niet voor de verkeerde dingen gebruikt? Etc. En er is het feit van ons hoge belastingpercentage. Is het een excuus?

Je kunt wel degelijk onderzoeken of een goed doel betrouwbaar is en transparant in haar manier van werken. Bijv. via deze websites: Voor Vlaanderen kun je info vinden op: http://www.donorinfo.be/nl/welkom/newsitems, maar je moet de informatie zelf wel interpreteren. In Nederland vind je info en een soort zoektest op  http://goededoelen.trouw.nl/Intro.aspx. (Het zitten ook internationale doelen bij, dus wellicht alsnog interessant).

Een ding om over na te denken is of je liever een kleine of een grote organisatie steunt. Een kleine organisatie heeft vaak minder overheadkosten, dus minder kosten voor bijvoorbeeld werving van fondsen of tewerkstelling, maar de impact is ook anders. Bijvoorbeeld: ik steun al jaren Artsen Zonder Grenzen. Dat is een grote organisatie, die ook bijv. studenten betaalt als fondsenwervers, iets waar je toch vragen bij zou kunnen stellen. Anderzijds hebben zij een bepaald internationaal draagvlak dat andere, kleinere organisaties niet hebben. Ze zijn vaak de eersten aanwezig en de laatsten die weg gaan in ramp- oorlogs- en andere noodgebieden. Dat krijgen ze niet zomaar voor elkaar en het is belangrijk.

Aan de andere kant is het gevoel dat je geld iets heel concreets doet een van de mooiste dingen die je kunt meemaken, vind ik. Toen ik een maand naar Cambodja ging brachten we met vier meiden iets van 2500 euro mee. We hebben daar de schoolkosten voor een jaar, nieuwe schooluniformen, rugzakken en schrijfgerief voor een heel opvanghuis van meer dan 100 kids kunnen kopen. Om met je eigen ogen de blijdschap van die kinderen te zien, allemaal in n nieuwe outfit, is de max. Dat vergeet ik nooit meer.

In de Bijbel wordt gesproken over de tienden die men moest afstaan: een tiende van je oogst, je inkomen. Moet je dan echt 10 procent van je inkomen afstaan? 10 procent, dat is best veel. Een bonk geld uit je eerste loon, een nieuw truitje minder uit je zakgeld, een paar maanden langer sparen voor die nieuwe zetel. In het Nieuwe Testament wordt duidelijk dat je niet kunt geven wat je niet hebt. Je moet de lasten kunnen dragen. Maar soms is het goed om jezelf af te vragen: wat geeft een beter gevoel, wat is meer waard? Die paar extra pinten, die nieuwe sneakers, of te weten dat ergens een kind een maand te eten heeft?