Dag 25. Koppig bidden.

Bidden voor je eten. Wie doet dat nog tegenwoordig? Ik vraag het me af eigenlijk. Mijn ouders komen uit de gereformeerd vrijgemaakte kerk en wij hebben altijd gebeden voor het eten. Vroeger werd de maaltijd dan ook nog afgesloten met Bijbel lezen en een lied, maar dat is inmiddels een vergane traditie. Maar mijn ouders houden allebei vast aan het bidden voor het eten, beiden met een bepaalde koppigheid: mijn vader met een niet-christelijke partner, mijn moeder ongeacht wie er aan tafel zit (en er is altijd veel volk over de vloer). Thuis merk ik dat er ook wel een bepaalde koppigheid voor nodig is: ik doe het af en toe, als ik er voldoende rust voor heb, maar niet altijd. Terwijl ik als jeugdleider juist met grote vanzelfsprekendheid iedereen zeg dat we nu gaan bidden voor het eten.

Eigenlijk vind ik dat wel jammer. Als ik het vanaf het begin af aan zou hebben gedaan, zou iedereen er nu gewend aan zijn. Zo werkt het immers? Maar ik heb er altijd een hekel aan gehad, als kind en later, om de enige te zijn die haar hand op stak als er gevraagd werd op kamp of school: “is er nog iemand die stilte wil houden voor het eten?” In Vlaanderen is dat zelfs een onbestaande vraag, hoewel hij volgens mij in Nederland ook aanzienlijk minder gesteld wordt. Wat ben je dan blij als student dat je niet meer hoeft, geen koppig biddende ouders op je vingers hebt kijken. Bidden voor je eten is in feite een opvallende manier van getuigen geworden. Want wat als er vrienden over de vloer zijn, of familie van je partner? Die worden al een beetje onnozel van mijn vrolijk gebabbel over een engagement waar ze niets van snappen. Is het dan aangewezen om op zo’n manier ze er nog eens mee te confronteren? Anderzijds heb ik altijd maar moeilijk kunnen wennen aan het gewoon maar beginnen eten. Het is zo kaal. Ik heb me hoe dan ook voorgenomen het weer te doen als we kinderen krijgen. Of misschien wel eerder. Dan vinden mensen het maar scary. Gelukkig heb ik een partner die me steunt, ook al zou hij het uit zichzelf niet doen. “Wil je bidden?” Vraagt hij dan, als ik zo een beetje treuzel voor de maaltijd? “Uh, ja” zeg ik dan, want ik mis het toch wel een beetje. En ik ben altijd blij als ik het doe.

Niet zozeer om te getuigen. Maar om samen tot God te komen. Want je kunt wel bidden voor je gaat slapen, of op de fiets naar je werk, maar je gebed delen met anderen, samen stilstaan bij het gebeuren van de dag en bij de mensen en plaatsen in de wereld die in je gedachten zijn, samen vragen om wijsheid, om leiding, samen danken en blij zijn om wat er goed is, is toch nog iets anders.