GPS-verhaaltje

Waarom zou je naar de kerk gaan? Een vraag die tieners met ‘kweetnie’ of ‘pff…’ beantwoorden. En ook als volwassenen denk je misschien wel eens: waarom zou ik eigenlijk? We hebben er niet altijd zin in, in die levensvragen, die verhalen.

Ik moest, toen ik nadacht over deze vraag, denken aan een dropping die ik deed met een kamp van YFC toen ik 16 was. We werden gedropt ergens midden in de Ardennen. Het was de begintijd van de GPS (12 jaar geleden, nu moet ik me of heel oud voelen of me verwonderen over de snelheid van onze technologische ontwikkelingen) , en we hadden er zo eentje waarbij we coordinaten moesten invoeren en dan liet die gewoon een pijl zien. Geo-cachen, noemen ze dat ook wel. Alleen had niemand toen een smartphone met Google Maps.

We snapten er eigenlijk maar weinig van, en eigenlijk hadden we ook geen zin om op die GPS te kijken en na te denken welke kant we op moesten, naar de posten die we onderweg moesten aandoen. De zon stond hoog aan de hemel, een super mooie dag. Het was veel leuker om gewoon rechtdoor te gaan: over beekjes en 20 prikkeldraadhekjes, door tarwevelden en over een modderhelling, langs een spoorwegbrug en door een rivier. Flirten, stoer doen, kletsen, grappen uithalen, zwemmen, de stiekem meegenomen pintjes opdrinken. Heerlijk. Een tocht om nooit te vergeten.

Alleen toen begon het langzaam donker te worden. We waren nog steeds ergens diep in de middle of nowhere en de batterij van de GPS was leeg. Onze gsm’s hadden geen ontvangst en het water was op. We hadden al sinds de middag niks gegeten, sinds 16 u niks gedronken en het was 22 uur ‘s avonds. We begonnen op zoek te gaan naar een pad, een weg, iets wat ons naar de bewoonde wereld zou leiden. Het werd 12 uur ‘s nachts en nog steeds wisten we niet waar we waren. We waren uitgedroogd, hadden honger, waren moe van het vele stappen en bang.

Het was 2 uur ‘s nachts toen we eindelijk een weg vonden en een truck tegenkwamen die ons naar het dorp bracht. Daar haalde de leiding ons op. Ze waren al de hele avond naar ons op zoek. En denk je dat ze boos waren? Eigenlijk niet. Ze waren alleen maar ontzettend blij dat ze ons hadden gevonden. En wij waren toch wel geschrokken.

Het was begonnen als een super toffe tocht. Maar het was zonder twijfel beter geweest als we wat zuiniger om waren gesprongen met onze GPS, en er af en toe eens op hadden gekeken, checken welke kant we eigenlijk op gingen. Als we, denkend in de moderne tijd van 12 jaar later, met geüpdatete kaarten op weg waren gegaan. Zo is het misschien ook wel in je leven. Het kan heel tof zijn om gewoon maar wat te doen. Maar op een gegeven moment krijg je honger. Naar diepgang, naar antwoord op je vragen, naar water dat leeft middenin een wereld met zoveel miserie. Ben je het beu niet te weten waar je heen gaat en niemand om je heen te hebben die het wel weet. Heb je iemand nodig die je op komt pikken als je midden in de nacht in het donker loopt. We hebben een God die ons gelukkig altijd weet te vinden en ons er niet van langs geeft als hij ons vindt in een afgelegen dorpje, maar als we zelf wat aandacht besteden aan de staat van onze GPS, is het een stuk makkelijker om de weg terug te vinden. Om je grenzen te weten. Om richting te bepalen.