Kindernevendienst

Hieronder vind je de verslagen van de Kinderkerk-intervisies in Gent op 30 november en in Boechout  7 december 2013 (schuingedrukte aanvullingen). Stuur je eigen ideeën, Kerstspelen en werkvormen door naar projopvpkb@gmail.com, dan plaatsen we ze op deze pagina! Klik hier voor Kerstspelen. Klik hier voor informatie over vorming op maat voor Kindernevendienstleiding.

Waarom zijn we met Kinderen in de kerk bezig?

  • Om hen een plaats in de kerk te geven
  • Om hen te laten voelen dat ze belangrijk zijn
  • Omdat het leuk is
  • Omdat ze veel teruggeven
  • Om ze iets mee te geven: geloof, traditie, cultuur, besef dat er méér is; een verbinding met hun ‘bovenaardse wortels’
  • Omdat het iets is dat ze sowieso meenemen in de rest van hun leven
  • Om de kinderen iets te geven dat wij zelf waardevol/leuk vonden
  • Omdat je er zelf van leert, het dwingt je tot de kern te komen van wat je belangrijk vindt en wilt meegeven
  • Omdat we bovenstaande dingen belangrijk vinden en iemand moet het doen

Kinderen een plaats in de kerk geven hangt samen met welke plaats volwassenen innemen. Als hun ouders niet meer komen – kinderen komen soms met hun grootouders mee – dan wordt het moeilijk ze echt bij de kerk te betrekken. Kinderen een plaats in de kerk geven kan dus ook betekenen met hun ouders in gesprek gaan over welke plaats geloof inneemt in hun leven en wanneer zij zich thuis voelen in de kerk. Want daar gaat het om, je thuis kunnen voelen in de kerk: bij God, bij andere mensen. Het is belangrijk dat volwassenen over hun geloof spreken en het voorleven.

Er zijn verschillende aspecten aan kindernevendienst:

Het gebruik van een methode:

Een methode heeft voor- en nadelen, zo concluderen we, maar het is wel fijn om een leidraad te hebben. Voordelen:

  • het is een leidraad en beginpunt in de voorbereidingen
  • je volgt het liturgisch rooster
  • het is handig als je met meerdere leiders bent
  • je leert er zelf weer van omdat er eens verhalen worden gekozen die je niet kent

Nadelen:

  • Het is best duur en de voorbereidingen zijn lang niet altijd goed
  • Het laat minder ruimte voor eens een KND rond ‘bidden’ of ‘het avondmaal’ of een ander thema.

Wanneer in de dienst wordt de kindernevendienst gehouden?

In alle gemeenten komen de kinderen eerst in de kerk. Doorgaans gaan ze voor de schriftlezing naar hun eigen dienst. In de meeste gemeenten wordt er dan eerst een praatje met de kinderen gemaakt, hoewel niet elke dominee daar even sterk in is. De kinderen blijven in de KND tot de dienst afgelopen is. Dit is vooral praktisch, omdat er anders weinig tijd overblijft. In bepaalde gevallen komen de kinderen wel terug, bijvoorbeeld in Gent-Rabot voor het avondmaal. Ze vertrekken dan iets eerder. Ook komen de kinderen soms terug bij speciale diensten of gebeurtenissen als een doop of Kerst.

Het zou ook een optie kunnen zijn om de kinderen aan het einde van de dienst juist terug te laten komen, zodat ze samen met hun ouders de zegen kunnen ontvangen.Ze kunnen dan ook tonen wat ze gedaan hebben. Anderzijds kan het ook goed zijn om samen met gebed de dienst te beginnen.

In Ronse wordt er één keer per maand een dienst met de kinderen gehouden, in Wevelgem af en toe. De dominee past dan haar preek aan de kinderen aan.

In Hasselt en Turnhout zijn de kinderen aan het begin én einde van de dienst in de kerk. Dat betekent dat de kindernevendienst kort is, maar dat de kinderen wel meer meemaken van de dienst. Knutselwerkjes moet regelmatig thuis afgemaakt worden, maar dit wordt eerder als een positief punt gezien, zo worden ouders ook meer betrokken. Repeteren voor het Kerstspel gebeurt na de dienst (Hasselt) of op vrijdagavond (Turnhout). 

Wat doen we in de kindernevendienst?

De inhoud is voor iedereen min of meer hetzelfde. Mensen leggen wel accenten naar gelang hun eigen talenten, maar dit is op zich positief. Eén van de deelnemers beschreef het zo:

  • eerst worden de nieuwe kinderen welkom geheten en geven we kort uitleg over wat we hier (in de kerk en KND) doen
  • vertelling van het Bijbelverhaal
  • een paar vragen stellen aan de kinderen
  • verwerking: iets tekenen, knutselen, een spel
  • zingen
  • gebed

Voor het zingen kan het helpen om met een cd te zingen als je zelf niet muzikaal bent, of gewoon een muziekje opzetten tijdens het knutselen. Dat geeft ook een gezellige sfeer. Met de gsm en YouTube zijn er ook veel mogelijkheden om mee te zingen tegenwoordig, liedjes met tekst en karaokeversies. 

Het is sowieso zoeken naar een evenwicht tussen stilte en activiteit.

Kunnen inspelen op vragen van kinderen, ook als die zo onwetend zijn dat je ervan schrikt, is erg waardevol. Dan maar Kind Op Zondag aan de kant en praten over wie Jezus is of wat het Scheppingsverhaal inhoud. Andere kinderen kunnen helpen uitleggen. Je hebt hun aandacht omdat er intrinsieke interesse is. Als je het antwoord op dat moment niet weet, kun je zeggen: we zullen het straks eens aan de dominee gaan vragen.

We gaan dieper in op enkele aspecten van de KND:

Rituelen: KND moet een viering blijven, daar zijn de deelnemers het over eens. Maar hoe doe je dit? Het lichtje meenemen uit de gewone kerkdienst is een belangrijk symbool dat in verschillende kerken verloren is gegaan en dat waardevol is om terug te installeren. Ook samen openen met een vast liedje of afsluiten met een gebed zijn goede rituelen. De collecte heeft enkel zin als het voor een doel is waar de kinderen zich mee kunnen identificeren: bijvoorbeeld voor de jeugdkas of voor andere kinderen die het moeilijk hebben. Ook een liedje bij het verlaten van de kerk is een optie. 

Gebed: hoe bid je met kinderen?Het is belangrijk om kinderen zelf te laten bidden, te leren dat het een gesprek is met God en dat Jezus ook God is. Een gesprek met God komt vanuit het hart. De leiding kan bidden voor dingen uit de actualiteit, voor de kinderen, voor de kerk, … maar de kinderen moeten zelf ook onderwerpen kunnen aandragen: voor iemand die ziek is, voor een vriendinnetje, voor hun ouders.

  • Hoe begin je ermee als kinderen niet gewend zijn om te bidden, heel concreet? Maria geeft aan dat je samen met kinderen en jongeren kunt bespreken waar je voor kunt bidden in verschillende stapjes. Waar kunnen we voor danken? (Waar ben je blij om? Wat is er deze week aan fijne dingen gebeurd? Ben je ergens fier op?) Voor wie kunnen we bidden in onze eigen omgeving? (Ken je iemand die het moeilijk heeft? Is er iemand ziek in de kerk? Is er iemand die veel voor jou doet, je mama, een leuke leraar, …?) Voor wie of wat in de wereld kunnen we bidden? (Is er iets gebeurd in het nieuws wat je erg vond? Is er iets waar je je zorgen over maakt, bijv de natuur of kinderen die geen eten hebben?) Is er iets dat we voor onszelf willen vragen? (vb. goed kunnen concentreren tijdens examens, geduld om lief te zijn, …) Je kunt dan verschillende dingen samenvoegen in een gebed en afsluiten met een kort stil gebed en God danken dat Hij er altijd voor ons is, dat hij wil luisteren, …

Verhaal vertellen: hoe kun je het verhaal goed overbrengen?
Het belangrijkste aan een verhaal goed overbrengen is dat je het verhaal zelf goed begrijpt. Daarvoor is het soms nodig om op zoek te gaan naar informatie. Een verhaal moet ook de moeite waard zijn om te vertellen, het moet voor de kinderen een te begrijpen boodschap hebben.

Differentiatie: hoe werk je met verschillende leeftijden?
Wanneer er voldoende leiding is, is dit geen probleem, dan kun je opsplitsen in bijv. -8 en 8+, maar dit is vaker niet dan wel het geval. Hoe kun je hiermee omgaan? Het is belangrijk dat als je tieners wilt opleiden om te helpen in de kindernevendienst, ze allereerst niet meer blijven rondhangen bij de kinderen. Anders blijven ze deel uitmaken van de kindergroep. Het vraagt ook investeren in catechese voor hen, bij voorkeur buiten de dienst om. Er zou ook gebruik kunnen worden gemaakt van internet om opdrachtjes te geven aan de jeugd 10+ bij gebrek aan een tienerkerk, maar je moet er wel voor uitkijken dat het ‘vieren’ dan niet verloren gaat: het blijft kerk zijn, samen beleven. Je kunt dit eventueel wel doen door samen te openen en af te sluiten en tijdens het knutselen de tieners hun eigen opdrachten te geven. Het is ook goed te zoeken naar dingen die zowel kinderen als jongeren kunnen ‘beleven’ en dan op hun eigen manier verwerken: denk aan een kunstwerk of een symboliek met aardse elementen als zand, water of stenen. Langere projecten kunnen ook een oplossing bieden, zodat je op verschillende niveaus kunt ingaan op een thema of Bijbeldeel.Waar het oudere jeugd betreft mag ook de vraag gesteld worden waarom ze niet naar de gewone dienst gaan. Spreken de thema’s of de vorm hen te weinig aan? We kunnen ze niet eeuwig in de nevendienst houden…een boekje als ‘Mind Your Faith’ kan hen wellicht helpen de overstap te maken (zie de pagina ‘leesvoer‘ voor de gegevens). Meer info over differentiatie in een groep met kinderen met een leerprobleem of beperking vind je hier.

Gezag: hoe zorg je dat kinderen rustig zijn en luisteren? Het is goed dat nieuwe leiding samen met ervaren leiding kan staan, zodat ze de kunst kunnen afkijken. Oudere kinderen kun je aanspreken op wederzijds respect, maar het is ook een kwestie van een bepaalde sfeer neerzetten: het mag heel gezellig zijn, maar er zijn bepaalde momenten dat het stil is. Onrustige kinderen kun je een taak geven, iets waar ze zich op kunnen focussen. Dat is niet altijd slecht. Als er conflicten rond verschillende aanpak zijn, is het goed om dit vanuit openheid te bespreken: ik heb gemerkt dat jij dat anders doet. Is dat bewust? Evenzeer kan op die manier met ouders in gesprek gegaan worden: ik heb gemerkt dat je kind vaak nogal onrustig is in de Kindernevendienst. Is dat thuis ook zo? Zijn er dingen waar we rekening mee kunnen houden? 

Op de website van de Evangelische Alliantie vind je veel informatie over de ontwikkeling van kinderen en de concrete consequenties voor het werk in de kerk:  http://www.ea.nl/vervolgpagina/454/jeugdwerk-in-leeftijdsgroepen

Zo komen we terug bij het thema: kinderen een plaats in de kerk geven.. Want een kindernevendienst blijft een eigen dienst. Hoe betrek je kinderen in de dienst zelf? We gaan in groepjes aan het werk met een leeftijd en een thema. Vraag jezelf eens af: hoe denkt een kind van 6 of 8 of 11 jaar over vrienden of familie? In welke woorden? Hoe denkt een kind over God? Als we dit als uitgangspunt nemen blijven we misschien dichter bij hun leefwereld. Enkele ideeën:

  • Familie: in Wevelgem wordt toevallig juist een kinderdienst gedaan rond dit thema ter gelegenheid van de start van het Kerstproject. Er worden met een beamer foto’s getoond van verschillende generaties, de stamboom van de kinderen. Hiermee wordt de link gelegd naar de stamboom van Jezus. Dit is bovendien leuk voor de volwassenen ook.
  • Pesten: de vraag wordt gesteld of je van dit thema uit kunt vertrekken voor een dienst. Je kunt wel van hieruit denken naar een Bijbelverhaal en dan terug te link leggen. Dan zijn Daniël in een land met vreemde gebruiken en mensen, of de Barmhartige Samaritaan een mogelijkheid. Het thema is ook een uitdaging om verder te denken dan de dienst: een kerk moet ook een plaats zijn waar kinderen en jongeren zich veilig kunnen voelen, ondersteund worden. Je zou kunnen denken aan een soort peter- en meterschap om hierop in te spelen.
  • Om rond pesten te werken zou je ook het verhaal van Jozef en zijn broers kunnen gebruiken, dat een duidelijk voorbeeld is van een buitenbeentje dat wordt uitgesloten en verstoten, omwille van oa zijn kleren. Zacheüs is ook een mogelijkheid, juist meer vanuit het perspectief van iemand die pest, maar daar zelf ook niet gelukkig van wordt.
  • Het is belangrijk na te denken over welke thema’s leven in de wereld van jongeren. Voor dominees is het geen vanzelfsprekendheid om van een thema te vertrekken. Je kunt ook prima van een bijbelgedeelte naar een thema gaan, maar dan is het wel belangrijk eerst voeling te hebben met welke thema’s relevant zijn, anders wordt het moeilijk om zinvolle linken te leggen buiten je eigen denkkader. Waarom niet eens de link leggen met sport, of met vriendschappen, of gamen of liefjes? 
  • Een leuke methodiek om te gebruiken kan het bibliodrama zijn. Je kunt dan eigentijdse woorden geven, of de woorden van kinderen zelf, aan een verhaal. De gemeente kan betrokken worden door als ‘volk’ te moeten juichen, uitjoelen, iets roepen of zingen. Ook te gebruiken met jong en oud door elkaar. Zo wordt het verhaal voor iedereen levendiger. 
  • Muziek is een enorm krachtig wapen. Beginnen met een indrukwekkend muziekstukje, stilte creëren met emotionele muziek, een popliedje met een passende tekst gebruiken waar niemand nog op die manier over na gedacht had…het kan een dienst sfeer geven.
  • Een gesprek kan ook een afwisseling voor een preek vormen. 
  • Ook een mooi gebaar of ritueel kan een dienst levendig maken. Twee tieners die kindernevendienstleiding in opleiding zijn, gaven aan dat het fijn is als er iets gebeurt, als je iets kunt doen in een dienst. Iemand haalde het voorbeeld aan rond pesten van het Amerikaanse programma waar jongeren in een school gevraagd worden om op een lijn te gaan staan als ze iets bepaald hebben meegemaakt, bijv gepest worden om hun uiterlijk. Dat geeft een enorm krachtig beeld, omdat je dan pas ziet hoeveel mensen dat al hebben meegemaakt. 
  • Laat iemand zijn of haar verhaal vertellen. Als die persoon dat wil. Ook een jong iemand. Dat maakt soms meer indruk dan wat een dominee zou kunnen zeggen.

Een aantal links waar je inspiratie kunt opdoen voor leuke werkvormen:

http://jop.nl/werkvormen (wel eerst aanmelden)
http://www.sirkelslag.nl/ (interactief spel zowel voor kids als tieners, folders evt ook bij ProJOP te bekomen)
http://www.spelensite.be/ (site van Vlaams jeugdwerk met allerlei spelen)

De getoonde voorbeelden van het kinderwerk uit Wevelgem vind je op de website van de kerk:

http://www.protestantse-kerk-wevelgem.be/eredienst_kindernevendienst.html 

De foto’s uit Aalst zijn te bekijken op hun Facebookpagina:

https://www.facebook.com/pages/Opstandingskerk-Aalst/155939221123961?id=155939221123961&sk=photos_stream